Glazen slaan en Scheepswachten

Glazen slaan en Scheepswachten

In het verre verleden werd de tijd aan boord van de schepen bepaald aan de hand van zandlopers die ieder half uur gedraaid moesten worden. De dag werd begonnen wanneer de zon op zijn hoogste punt stond. Om de bemanning op de hoogte te houden van de tijd werd ieder half uur glazen geslagen op de scheepsbel. Op het halve uur één keer en op het hele uur twee keer.

 

De zandloper bestaat uit twee glazen reservoirs die via een smalle verbinding met elkaar zijn verbonden, waardoor het zand van het ene in het andere glas kan lopen. Wanneer het zand van het ene in het andere glas was gelopen kon er een glas geslagen worden.

Ook werd de zandloper gebruikt om de snelheid in knopen (zeemijlen) te meten.

Soms nam de bemanning het niet zo nauw met het draaien van de zandloper. Wanneer men het wachtlopen zat was kon het gebeuren dat men de zandloper vroegtijdig omdraaide waardoor de “ware” tijd in het ongerede raakte. Dit noemde men “zand eten”.

12:30 uur één enkele slag
13:00 uur één dubbele slag
13:30 uur één dubbele en één enkele slag
14:00 uur twee dubbele slagen
14:30 uur twee dubbele en één enkele slag
15:00 uur drie dubbele slagen
15:30 uur drie dubbele en één enkele slag
16:00 uur vier dubbele slagen
16:30 uur weer één enkele slag enz.

Om een schip gedurende vierentwintig uur paraat te houden was de bemanning ingedeeld in twee groepen:

De stuurboordswacht en de bakboordswacht. Ook wel stuurboords- en bakboordskwartier genoemd, waarvan, in zee, altijd één kwartier de wacht heeft; zijnde alleenlijk de vrije nachtsgasten (ook wel boerennachtgasten) daarvan uitgesloten. Wanneer de zeewachten beginnen, heeft stuurboordskwartier het eerst de wacht. Dienst in Zee. Deze indeling was gemaakt naar aanleiding van de bediening van het met even en oneven nummers genummerde geschut en de daarbij behorende kooien aan stuurboord of aan bakboord. De wachtcycli waren onderverdeeld in periodes van vier uur, dus op het moment dat er vier dubbele glazen werden geslagen losten de wachten elkaar af.

De wachtdienst begint ’s morgens om vier uur met de Dagwacht, gevolgd om acht uur met de Voormiddagwacht, om twaalf uur de Achtermiddagwacht, om vier uur de Platvoetwacht, om acht uur de Eerste wacht en om twaalf uur ’s nachts de Hondewacht.

Om de bemanning niet steeds dezelfde wachten te laten draaien en in de gelegenheid te stellen de avondmaaltijd te gebruiken werd de Platvoetwacht verdeeld in de eerste Platvoetwacht en de tweede Platvoetwacht.

Dagwacht
04:00 – 08:00: Bij het aanbreken van de dag wachtlopen en het tuig controleren, schoonschip maken. Om vijf uur worden de vrije nachtsgasten aan dek verwacht.

Voormiddagwacht

08:00 – 12:00: Wachtlopen voordat de zon zijn hoogste stand bereikt. Na controle tijdens de dagwacht komen dek- en onderofficieren vóór acht uur bij de schipper om rapport uit te brengen. Om negen uur is het baksgewijs.

Achtermiddagwacht

12:00 – 16:00: Wachtlopen nadat de zon zijn hoogste stand heeft bereikt.
“Gelijkzetten van de zandloper”.
Om 12:00 uur schaften.  Officieren en adelborsten zullen een kwartier voor de middag  met hun instrumenten de middaghoogte opnemen.

Platvoetwachten

1e platvoet:16:00 – 18:00
2e platvoet: 18:00 – 20:00

Eerstewacht

20.00 - 24.00: Het opzetten van de wacht, hierbij zijn alle onderofficieren  van de wacht aanwezig inclusief hoofddienst en Officier van  de Wacht

Hondewacht

00.00 - 04.00: De tijd dat men zich ter ruste bevindt en de honden op het erf het huis bewaken

Schaften
Drie maal één enkele slag gevolgd door één dubbele slag, het zogenaamde “Kok schept op”.

Brandmelding

Aanhoudend: één enkele slag gevolgd door één dubbele slag